Hooglandse Kerk (Leiden)
De geschiedenis van de Hooglandse Kerk begint in 1314 met een kapel die enkele decennia later wordt vervangen door een eenvoudige stenen kerk. In 1366 verheft de bisschop van Utrecht de kerk tot kapittelkerk, wat aanzet tot plannen voor een grootse kruiskerk die de Pieterskerk in alle opzichten moet overtreffen.
Omstreeks 1500 krijgt het brede transept zijn huidige vorm. Het is met een lengte van 65,70 meter het langste gotische transept in Nederland. In de eerste helft van de 16e eeuw is de kerk met veel pracht en praal ingericht. Tijdens de Beeldenstorm van augustus 1566 worden grote vernielingen aangericht en talloze kunstvoorwerpen en archiefstukken gaan verloren.
In 1572 gaat de kerk over in protestantse handen en zij dient in tijden van nood ook als graanopslag, zoals tijdens Leiden ontzet in 1574. Van de oorspronkelijke katholieke aankleding blijft vrijwel niets behouden. In de 17e eeuw vervult de Hooglandse Kerk een belangrijke religieuze en maatschappelijke rol in Leiden. Uit deze periode dateren onder meer de tochtportalen, de banken in de zijbeuken, de kansel, de uitbreiding van het orgel, vele grafzerken en de huizen aan de buitenzijde van de kerk.
In de het midden van de 19e eeuw is de kerk bouwvallig. Van 1840 tot 1903 wordt de kerk flink gerestaureerd. Na de Tweede Wereldoorlog is er een nieuwe restauratie die van 1952 tot 1972 wordt uitgevoerd. De kerk wordt met haar weelderige transeptgevels tot de fraaiste voorbeelden van de late gotiek in Nederland gerekend.
In opdracht van de Protestantse Gemeente Leiden (College van Kerkrentmeesters) maakte Conserf een meerjarenonderhoudsplan voor de Hooglandse kerk. In het verlengde van deze opdracht hebben we een Periodiek Instandhoudingsplan gemaakt voor het aanvragen van een subsidie in het kader van het Brim.



