Conserf

Paleis Noordeinde (Den Haag)

Paleis Noordeinde is het werkpaleis van Hare Majesteit Koningin Beatrix. Het paleis is rond 1533 ontstaan toen een middeleeuwse hofstede werd verbouwd. Het werd in 1595 aangekocht door de Staten van Holland, die het aan Louise de Coligny ter beschikking stelden. Zij ging er wonen met haar zoon Frederik Hendrik, die het paleis in 1640 liet verbouwen naar een ontwerp van de architecten Jacob van Campen en Pieter Post.

In 1814-1817 werd het paleis verbouwd en uitgebreid. Het werd toen gezien als tijdelijk paleis. Er waren namelijk plannen voor grote Koninklijke paleizen, zowel een in Den Haag als een in Amsterdam. Door toedoen van Willem I werd dit uitgesteld en werd ter vervanging van het stadhouderlijk kwartier op het Binnenhof het Paleis Noordeinde verbouwd tot koninklijk paleis. Er werden gotische elementen toegevoegd die bij een latere verbouwing in 1961 weer werden verwijderd.

In 1948 werd het paleis gedeeltelijk door brand verwoest. Daarbij bleef de kostbare Indische Zaal, geschenk van de Indische bevolking bij het huwelijk van de koningin in 1901, gelukkig intact, maar werden plafonds en decoratie van de balkonzaal, kleine en grote balzaal en de rode zaal in ernstige mate aangetast. Het paleis is na een belangrijke renovatie in 1984 in gebruik genomen als het werkpaleis van de Koningin.

In opdracht van de Rijksgebouwendienst heeft Conserf een conditiemeting NEN 2767 uitgevoerd.