Stadsmuren Rhenen (Rhenen)
Rhenen werd in 1346 ommuurd. Bisschop Jan van Arkel bekostigde de bouw uit eigen middelen, hij had belang bij een verdedigbare stad tegen de strooptochten van Gelderse benden. Slot De Horst, een nabij gelegen kasteel, werd in 1527 verwoest waarna de stenen van het kasteel gebruikt werden om de stadsmuur te versterken.
De stadsmuur kreeg de drie poorten: de Utrechtse- of Westpoort, de Rijnpoort in het zuiden en de Bergpoort in het oosten. Ook werd de ommuring voorzien van een aantal muurtorens die voornamelijk als verdedigingstorens dienden: de Toltoren of Kostverlorentoren, de Spijnderstoren (hierop is omstreeks 1948 het Torenhuisje aan de Koningshof gebouwd), de Gevangentoren, de Hollentoren, Den Oven en de Thijmenstoren. Om de stadsmuur lag een stadsgracht, maar als gevolg van het grote niveauverschil was slechts het zuidelijk deel met water gevuld.
Conserf maakte een Periodiek Instandhoudingsplan voor de toren, voor het aanvragen van een subsidie in het kader van het Brim.